EMI wordt vaak gebruikt op archeologische sites waar de omgeving van de bodem problematisch kan blijken te zijn voor magnetische prospectiemethoden, en wanneer het potentieel voor begraven structuren, zoals steengraven (cairns) of bouwfunderingen, een combinatie van twee of meer geofysische technieken noodzakelijk maakt.

EMI-geleidbaarheidsmeters meten tegelijk de schijnbare weerstand (kwadratuur) en de schijnbare magnetische gevoeligheid (in fase) en bestaan uit een zendspoel en 3 of 4 ontvangstspoelen voor het verzamelen van 6 tot 8 datasets op 3 of 4 diepten onder het oppervlak. De zendspoel genereert een in de tijd variërend primair magnetisch veld, dat zich boven- en ondergronds voortplant en wisselstroom (in de vorm van wervelstromen) genereert in de bodem en de voorwerpen die zich daarin bevinden. Deze wervelstromen creëren een secundair magnetisch veld dat evenredig is met de veranderingssnelheid van het primaire magnetische veld en gemeten wordt door de ontvangstspoelen die op vaste afstanden van de zendspoel zijn gemonteerd.

TARGET gebruikt EMI bij voorkeur in plaats van de langzamere, meer conventionele elektrische weerstandsinstrumenten, en in de eerste plaats als aanvulling op magnetometrie. Dankzij deze combinatie werd de volgende bedolven resten met succes in kaart gebracht:

  • Kasteelfunderingen
  • Sites omgeven door grachten
  • Prehistorische behuizingen en tumuli
  • Resten van Romeinse nederzetting
  • Munitiestortplaatsen van WO I
  • 20181102 132703
  • EMI TAG1800 IE39 8a